project-ruimte
Bram Esser
HOME  RadiorandstadStation Ypenburg
Net zo hard als mario
Lola
Rijmen
zie ook de foto's op flickr.com en de blog op bramesser.com
FunX 23/03/09

FunX 16/03/09

FunX 09/03/09

FunX 02/03/09

FunX 12/02/09



radiorandstad, Station Ypenburg

Terugkeer naar de buitenwijk

Ik was negentien toen ik mijn ouderlijk huis in Apeldoorn verruilde voor een studentenhuis in de binnenstad van Groningen. Dat wil zeggen: ik vertrok van een veilige bekende omgeving ergens aan de rand van de stad naar het onbekende en onzekere centrum van een studentenstad. Het was niet mijn eerste verhuizing, die vond al heel vroeg plaats toen ik nog maar net kon lopen. Juist dat lopen was voor mijn moeder een reden om te verhuizen. We woonden op een galerij flat en ze stond doodsangsten uit als ik op de borstwering probeerde te klauteren. Van de flat daalden mijn ouders af naar een buitenwijk aan de zuidrand van de stad en daar, in een rijtjeshuis, bracht ik het grootste gedeelte van mijn jeugd door.

Pas op mijn veertiende vond de volgende verhuizing plaats. En dat was meteen naar het buitenland. Mijn vader had een aanstelling gekregen in Indonesië en het gezin ging voor drie jaar op Java wonen. Dat was een perspectiefwisseling van jewelste. Terwijl vakanties in Frankrijk nog te overzien waren, omdat de weg je als een navelstreng leek te verbinden met thuis, was die navelstreng nu volledig doorgesneden. Mijn horizon verbreedde en ik begon anders naar Nederland te kijken, alleen al doordat ik brieven ging schrijven met mijn oud klasgenootjes. Bij terugkomst bleek de periode in Indonesië, uiteindelijk twee en half jaar, ook een rite de passage te zijn geweest. Ik was maar liefst 22 cm gegroeid en niet langer een kind. We gingen weer in een jaren zeventig wijk wonen, niet onvergelijkbaar met de wijk waar ik was opgegroeid. Maar dit keer ontbrak alle magie. Ik werd niet langer gegrepen door een wereld aan mogelijkheden die ik vroeger vermoedde in het gemeente groen en hier was ook geen kanaal waar je fietswrakken uit kon vissen. Maar ook de wijk van mijn jeugd viel bij nadere inspectie nogal tegen. Toen ik voor het eerst sinds lange tijd langs mijn ouderlijk huis fietste drong het met een schok tot mij door dat daar ineens andere mensen woonde. Die hadden hele rare gordijnen en de semi-wilde tuin van mijn moeder was inmiddels verdeeld in keurige perkjes. Er maakte zich een onherroepelijk gevoel van verlies van mij meester en ik realiseerde me dat deze plek niet meer van mij was, ze was veranderd. Toen ik merkte dat de vreemde vis vorm in het midden van het plein, die was ingelegd met grote kiezels, was vervangen door een grasveldje met een lelijk haagje eromheen, wist ik dat er sprake was van een onherstelbare breuk met het verleden. Ik was de buitenwijk en mijn ouderlijk huis ontgroeid. Het werd tijd om de veilige stadsrand te verlaten en opzoek te gaan naar een nieuw avontuur dat zich buiten het toch wel erg beperkte gemeente bosje bevond.

Vanuit Groningen en door mijn studie volgden tal van reizen en stage periodes in het buitenland. Daarna heb ik nog een korte periode in Amsterdam gewoond en inmiddels woon ik alweer drie jaar in Den Haag. Ik houd van de stad, van het leven op straat en de bezoekjes aan musea. Of, om het over Den Haag te hebben, ik houd van typisch stedelijke plekken zoals ijssalon Florencia. Heel veel mensen wonen in de stad om die reden, om de drukke mix van verschillende stromen aan auto's, voetgangers, fietsers, maar ook stromen van cultuur politiek en bedrijfsleven. Maar na een bepaalde leeftijd, lijkt die stedelijke mix toch ook niet alles te zijn en wat als je kinderen wilt? Die kan je toch niet in die al te drukke stedelijke omgeving laten opgroeien? Veel mensen van mijn generatie en iets daarvoor, de kinderen van de babyboomers, zijn zelf ook opgegroeid in een buitenwijk en hebben daar goede herinneringen aan. Dus waarom ook niet? Sommigen beweren zelfs dat ze helemaal niet naar de rand zijn verhuist, maar dat ze in tegendeel veel centraler zijn gaan wonen. Door de nabijheid van de snelweg zijn ze namelijk veel eerder op hun werk. Steden zijn veranderd, we hebben het inmiddels zelfs niet meer over de stad maar over stedelijke netwerken. Is het dan niet naïef en misplaatst romantisch om vast te blijven.