afscheiding
Vrijheid duldt geen muren. Dus na de val van de Berlijnse Muur in 1989 mocht er nooit meer zo’n afscheiding worden gebouwd riep iedereen in koor. Maar anno 2006 is het gejuich verstomd en blijkt de werkelijkheid weerbarstiger dan men dacht: het aantal muren is zelfs explosief toegenomen zoals een artikel van journalist Iñaki Oñorbe Genovesi aantoont.
‘Haal deze muur neer!’ Die woorden sprak Ronald Reagan, de toenmalige Amerikaanse president, in zijn toespraak bij de Brandenburger Tor in de zomer van 1987. Ruim twee jaar later hakten duizenden Berlijners met hamers en beitels in op de Berlijnse Muur, symbool van de decennialange ideologische scheiding van de wereld.
Overal keek men tevreden toe op het einde van Die Mauer. En in Berlijn haastte men zich ook op de laatste steen van de uit 1961 stammende scheidingswal uit de straten op te ruimen. Geen spoor moest van deze treurige episode uit de historie overblijven.
De Chinese Muur? Een niet-klassiek wereldwonder. De Muur van Hadrianus? Een voorbeeld van de grootsheid van het Romeinse Rijk. De Klaagmuur? Een religieus bedevaartsoord. Maar de Berlijnse Muur was een ‘muur van schande’, het type bouwwerk dat nooit meer mocht worden opgericht. Want: vrijheid duldt geen muren.
Bijna vijftien jaar later is het aantal muren echter explosief toegenomen. Sommigen spreken liever van hekken, scheidingswal of barrières, omdat juridisch, politiek en ethisch de constructies enorm gevoelig liggen. Maar hun doel lijkt steeds dezelfde: het buiten houden van problemen.
Natuurlijk zijn daar klassiekers bij. Neem het zwaarbewaakte bouwwerk dat de twee Korea’s al ruim vijftig jaar scheidt. De Groene Lijn die de Cypriotische hoofdstad Nicosia in een Grieks en een Turks deel splijt. De Marokkaanse Muur die dwars door de woestijn van de Westerse Sahara loopt en de strijders van Polisario in toom moet houden. De Vredesmuur in Belfast die katholieken en protestanten ervan moet weerhouden elkaar de hersens in te slaan.
Zelden halen de muren het nieuws. Ze zijn er, als fysieke herinnering aan onopgeloste – en mogelijk onoplosbare – conflicten. Maar ze vormen geen enkel argument om autoriteiten ervan te weerhouden nieuwe scheidingen op te werpen.
India bouwt een ruim 200 kilometer lang hek om militanten in Kashmir om militanten uit Pakistan buiten te houden. Thailand wil een scheidingswal langs de grens met Maleisië om islamisten te weren. Saudi-Arabië heeft zelfs plannen aangekondigd voor twee muren: een tegen terroristen uit Irak, de ander tegen hun collega’s uit Jemen.
Voeg daaraan toe het bouwwerk tussen Kirgizië en Oezbekistan (vanwege ruzie over land), de muur rond de ‘Bronx van Padua’(in Italië, tegen drugshandelaren) en de metershoge hekken met prikkeldraad rond de Spaanse enclaves Ceuta en Melilla in Marokko (tegen Afrikaanse immigranten) en het gezegde ‘met de rug tegen de muur’ lijkt werkelijkheid te worden.
De twee meest omstreden muren moeten dan nog worden genoemd: die langs de grens tussen Mexico en de Verenigde Staten en de Israëlische Westoeverbarrière.
President Bush noemt het bouwwerk langs de Amerikaanse zuidgrens van 1125 kilometer ‘the fence’; Mexico spreekt liever van ‘el muro’. Een haast even semantische discussie woedt rond de 620 kilometer lange serie van wegen, hekken, muren en greppels op de Westelijke Jordaanoever. Israël prefereert de naam veiligheidshek. Palestijnen spreken van een apartheidsmuur.
Het artikel getiteld ‘Het middel tegen elk probleem: de muur’ van Iñaki Oñorbe Genovesi verscheen in de Volkskrant van 7 oktober 2006.