buitengrens
Door onvoorziene omstandigheden moest (reisboeken)schrijver Louis Stiller op het laatste moment verstek laten gaan bij de fietstocht langs de randen van Ypenburg. Wel stuurde hij onderstaand essay, het voorlezen van dit verhaal vormde het startschot voor de fietstocht op zondag 20 november.
Brief van de rand
Beste PJ,
Vanuit het Sint Lucas-Andreas ziekenhuis, uitkijkend over de oneindige stroom autolichten van de A10, een bleekneuzige groet van een man die de komende dagen onderzocht gaat worden. En dat is goed. Onderzoek is altijd goed. Zo zou ik zelf maar al te graag een onderzoek willen doen naar de bewegingen van al deze mensen in dit grote witte gebouw. De bezoekers, verplegers, patiënten, doktoren: waar komen ze vandaan, waar gaan ze naartoe? Wie doet wat, waarom? Als je de looplijnen kon registreren met een GPS-ontvanger zou je waarschijnlijk een prachtig uitwaaierend patroon krijgen waarin je misschien wel de woorden 'herstel' en 'beter' zou kunnen herkennen. Als je maar wilt. Want daar gaat het om in dit soort oorden: welwillend zien. Net zoals ik hoop dat ze mij zullen zien: welwillend.
Het Sint Lucas-Andreas ligt aan een van de vele randen van Amsterdam. Niet aan de uiterste rand, maar wel aan de grens tussen 'binnen de ring' en 'buiten de ring'.Voor de meeste mensen niet interessant, voor anderen van levensbelang. Zoals je weet interesseer ik – net als jij – al heel lang voor dit soort zichtbare en onzichtbare grenzen in het landschap. Twee jaar geleden liep ik in een week rond zo'n onzichtbare rand van Amsterdam. Namelijk de buitengrens van groen en grauw, daar waar de weilanden beginnen, maar waar de woon- en industiewijken ook nog zichtbaar zijn. In Stillers omgang *) beschrijf ik die tocht en datgene wat me te binnen schoot op het moment dat ik die tweehonderd kilometer aflegde. Met als basisidee: als het centrum het oudste deel van een stad is, dan is de rand het allermodernste. Wie het heden wil onderzoeken, moet dus de rand opzoeken.
Het mooie is dat zo'n gedachte natuurlijk nooit klopt. Het centrum is óók modern en de rand bevat eeuwenoude gebouwen en gedachten. Maar daar gaat het niet om. Wel om het feit dat je nu eenmaal altijd een aanleiding moet hebben om op weg te gaan, zowel met je voeten als met je gedachten. Eenmaal op weg kun je altijd je ideeën en doelen bijstellen. Eerst zul je op weg moeten. Alleen al om je kompas in te stellen. Waar is het noorden?
In het middeleeuwse verhaal Het hert met de witte voet komt de ridder Lancelot bij een rivier. Hij steekt die over met zijn paard en ineens ziet hij een kasteel verschijnen. Dat, zo legde Professor Lulofs, mijn vroegere docent middeleeuwse literatuur ooit uit, zie je heel vaak bij dit soort verhalen: water – een rivier, een meer – fungeert vaak als overgang tussen twee werelden. 'Ineens ben je ergens anders'. Dat gebeurde ook daar op die rand. Hoe verder ik liep hoe vaker het leek alsof ik in een aparte zone was terechtgekomen. Het kompas bleek bij die tocht rond Amsterdam namelijk vooral op de duistere kant van het bestaan gericht. Waar vind je zovel afwerkplekken, illegale vuilstortplaatsen, Hell's Angel clubhuizen, Heineken ontvoerloodsen? Ik had niet de moderne tijd gevonden, daar op de rand, maar een opening tussen leven en dood, tussen daar en hier. En hoe verder ik liep hoe dieper ik in die spleet terecht kwam, bij schimmen, geesten en onlangs-overledenen. Pas op het allerlaatste moment kwam ik er weer uit, en liep ik weer in de stad die ik had verlaten.
Zo'n zone is dit ziekenhuis op de rand van Amsterdam ook. Ook hier gaat het om een overgang, ook dit is een zone waar wordt beschikt over leven en dood. Vandaar ook dat zo'n ziekenhuis er van binnen én buiten altijd zo wezenloos uitziet. Het is een rivier waarvan je aan van de ene kant niet kunt zien wat er aan de andere kant gebeurt. Het is een niet-doorschijnend stuk glas, die alleen de omgeving weerspiegelt, maar van wat er wezenlijk gebeurt niets kan laten zien. Alleen van binnenuit is te zien waar het hier om gaat. Vandaar dat ik hier nu lig, in alle rust en stilte, en m'n eigen wandelingen maak – in m'n hoofd, en dankzij de voetstappen van de bezoekers, het personeel en de patiënten. Het zijn de enige lijntjes die ik kan verbinden. Het is een beetje zoals een kindertekening uit de Bobo of Donald Duck, zo'n tekening waarvan je de lijntjes moet verbinden door middel van cijfers: de 1 naar de 2, de 3 naar de 4. Alleen in mijn geval ontbraken de cijfertjes. Ik moest de lijnen zelf verbinden. M'n eigen kompas invullen. Waar is het noorden?
Onlangs was ik in Suriname. Op dienstreis, zullen we maar zeggen. Hoewel ik van te voren uitgebreid het land had bestudeerd, had ik me raar genoeg vergist in een paar essentiële zaken. Allereerst was het veel en veel warmer dan ik had gedacht: geen prettige 28 graden, maar meer dan 35 vochtigwarme hitte. Te tweede dacht ik de evenaar te zullen passeren. Foutje: die begint iets verder, in het noorden van Brazilië. Ten derde dacht ik dat de zee in het oosten zou liggen en de jungle in het westen. Foutje: de zee ligt in het noorden, de bush in het zuiden. Daar kwam ik pas in de tweede week dat ik er was achter. De voortdurende zuidenwind bleek een stevige westenwind te zijn.
Dat is het rare van zo'n vergissing: je ziet de zon, merkt waar hij op en onder gaat en toch wil de kaart in je hoofd maar niet draaien. Gewoon omdat die kaart al te hardnekkig in je hoofd is geprent. In mijn geval duurde het nog een week voordat het kompasnoorden goed in m'n hoofd zat. En toen ging ik al bijna terug.
Beste PJ, in Ypenburg was ik nooit. Ik ken het als een van de oudste vliegvelden van Nederland, maar begrijp dat er nu een compleet nieuwe woonwijk verrijst. Het mooie van zo'n gebied is dat er over dertig, vijftig of tachtig jaar een wandelende schrijver voorbijkomt om heel nauwgezet de sporen terug te vinden van het verleden: de oude landingsbaan, de plek waar vroeger de hangars stonden. Het mooie zou zijn als hij ook onder of boven die archeologische onderzoekingen iets anders vond: de zone die dit gebied ooit was. Het enige wat je daarvoor moet doen is welwillend zien. En je eigen kompas gebruiken. Bijstellen kan namelijk altijd nog.
Alle goeds, Louis
© Louis Stiller
Louis Stiller is schrijver, journalist, uitgever en hoofdredacteur van Schrijven.
*) Het boek Stillers omgang – een ontdekkingsreis rond Amsterdam – verscheen in 2004 bij uitgeverij de Prom, ISBN 9068019767.