luchtruimen

ILSY

De warmste dag van mijn jeugd was die van de ILSY, de Internationale Luchtvaart Show Ypenburg, zomer 1956. Ik was twaalf.

De lucht trilde en werd vloeibaar boven de startbanen en het hoog opgeschoten onkruid eromheen, de wilde bloemen. Schaduw was nergens, al wat je kon doen was vier knopen in de hoeken van je zakdoek maken en die als zonnehoedje opzetten. Er was een dikke man die zoetzuur verkocht, zure bommen uit een emmer. Het Cola-stalletje was onbereikbaar. Het was maar goed dat we brood hadden meegenomen en een veldfles. Hoe kwam je er? Hoe kwam je weer weg? Het werd een lange dag.

Achteraf zeiden ze dat er honderdduizend man geweest waren. Er stonden duizenden toeschouwers tot in Voorburg, in de weilanden en op de Hoornbrug.

Wat heb ik gezien? De hangars met uit de lucht (zeiden ze) reuzenletters FOKKER en AVIO DIEPEN. Ik herinner me een ingewikkelde reddingsactie met veel mannen in overalls die met brandspuiten rond een grote helikopter renden terwijl brandweerwagens aanreden. Het wachten tussen de acts duurde eindeloos. De stem van de speaker donderde voortdurend uit de luidsprekers, vooral bij het optreden van een stuntvlieger die een 'vrille' nadeed.

Maar eigenlijk ging het om het magische woord straaljager. Als ik afga op mijn Dinky Toys moeten het Gloster Meteors geweest zijn waarmee een Engels stuntteam vlak boven ons hoofd tekeer ging. Ze rezen met z'n vieren peilloos hoog de lucht in, verdwenen uit zicht, en kwamen daarna terug uit de vier windrichtingen.

Vlak boven mijn hoofd sneden ze de lucht in vier taartpunten, onbegrijpelijkerwijs zonder te botsen.Terwijl ze toch heel even gevaarlijk dicht bij elkaar waren.

Het feest eindigde met het trekken van strepen door het zwerk in de kleuren van de Engelse (en Nederlandse, mocht je denken) vlag. Laatst werd me uitgelegd dat het vak van 'luchtschrijverij' verloren is gegaan. Maar boven Ypenburg schreef een sportvliegtuigje die dag nog ILSY. Luchtschrijven was in die tijd boven het Scheveningse strand nog heel gewoon. Op je rug liggen in het warme zand en kijken naar een vliegtuigje dat traag de letters PERSIL spuit, veel mooier maak je het niet mee. Vooral de S met de haakse bochten was lastig.

ILSY dreef heel langzaam naar zee, bij nauwelijks voelbare oostenwind. ILSY, een klank van beton in de hitte, een lucht van kerosine en smeerolie, want zo ruikt geluk.

Hoe kwam ik daar? Het was mijn oom Bob die ons kinderen had meegenomen. Oom Bob, de oorlogsheld, die uit Java ontkomen was in 1942 en een crashlanding had gemaakt op de Australische noordkust. Die via Californië naar Engeland was gekomen en daar had gevlogen bij de RAF. Mijn oom Bob, die had meegevlogen in de toestellen die het Bezuidenhout bombardeerden. Waar hij zelf had gewoond! Maar wat hij ook riep, de Engelsen bombardeerden. Later bleken de coördinaten fout.

"Kan gebeuren jongens."



(12.07.05 © Wim Noordhoek)


Langs de rand van Ypenburg