scheidslijn
In de jaren tachtig van de vorige eeuw dooft langzaam het vuur van het Communisme. Het breekpunt is de val van de Berlijnse Muur op 9 november 1989. De val van de Muur geldt als markering van een tijdperk. Het openschuiven van het IJzeren Gordijn zet heel Europa op zijn kop. Er is ontreddering in de voormalige Oostbloklanden en er breken etnische conflicten uit in Joegoslavië. Het Westen daarentegen droomt zich rijk en rept alleen maar over een geweldige groeimarkt en economische expansiedrift.
Maar ook de bouw van Ypenburg is te danken aan deze gedenkwaardige gebeurtenis. De Koude Oorlog ontdooit en tal van militaire vliegvelden worden overbodig. Het verhaal gaat dat de Muur nog niet is gevallen of de Haagse wethouder van ruimtelijke ordening Peter Noordanus is al in onderhandelingen met Domeinen – de toenmalige eigenaar van Ypenburg over wat vriend en vijand als aantrekkelijke vinex-locatie zien. Dat deze Haagse ‘verovering’ van Ypenburg (op dat moment in bezit van Rijswijk, Nootdorp en Pijnacker) op haar beurt ook weer zou leiden tot ‘grensconflicten’ en een zogenaamde grondoorlog kon natuurlijk niet uitblijven.
De teloorgang van het Communisme leidt overigens indirect ook tot de verdere uitbouw van een verenigd Europa met onder andere een eenheidsmunt en het wegvallen van de binnengrenzen tussen vele Europese landen.
Ook in Midden-Europa worden de grenzen voor de zoveelste keer op scherp gesteld. Een mooi voorbeeld treft men aan in het boek ‘Midden-Europa achter de schermen’ van Renée Postma: ‘Het is het lot van Midden-Europa dat de grenzen voortdurend verschuiven. Als je begin vorige eeuw in Moerkatsjevo, nu Oekraïne, geboren bent en je bent er blijven wonen, dan ziet je cv er ongeveer zo uit: kleuterschool in Hongarije, lagere school in Tsjecho-Slowakije, Tweede Wereldoorlog in Slowakije, middelbare leeftijd in Sovjet-Unie en pensioen in Oekraïne. En dan hoef je geen voet buiten de stad te hebben gezet.’
De impact van het IJzeren Gordijn (een term trouwens uit de koker van Winston Churchill), de verscheurde grenzen van Europa en het naderende millennium leidt sowieso tot een stroom aan publicaties. Zo reist Geert Mak door de twintigste eeuw in zijn boek ‘In Europa’, schrijft Michael Zeeman over de grens tussen Oost en West in ‘Het Fluwelen Gordijn’ en maakt Claudio Magris een selectie uit zijn eigen werk onder de veelzeggende titel ‘Langs grenzen’. In het werk van deze Italiaanse schrijver staat het ‘grensthema’ zo centraal dat hij zichzelf wel een ‘grensschrijver’ heeft genoemd.