stadsranden
'Een grote stad is als een olievlek: steeds verder breidt zij zich uit, invretend in het ongerepte land er omheen. De tegenwoordige jeugd woont, waar een vroeger geslacht speelde en waar thans de voetbalvelden en speelterreinen liggen, zullen over tientallen jaren weer de huizenrijen staan. Sommigen zien als ideaal, dat Den Haag, Rotterdam en Delft geheel zullen zijn samengesmolten, anderen gaan nog verder in hun gedachten en voorspellen, dat de zgn. "randstad Holland", d.w.z. Amsterdam, Haarlem, Leiden, misschien zelfs Utrecht, Gouda er ook nog bij, één groots geheel van bouwblokken zullen vormen. Maar de meesten die zich rekenschap geven van alle ellende verbonden aan zulk een eindeloze huizenzee, zien dit niet als ideaal, maar als een schrikbeeld, dat voorkomen moet worden. Zij willen niet, dat de vangarmen van de grote stad zich steeds maar verder uitstrekken, doch willen tijdig optreden voor het te laat is.'
Bovenstaand citaat is afkomstig uit het boek 'De rand van Den Haag'. Via internet kom ik op het spoor van dit boek dat 32 tekeningen van Willem Minderman bevat en een begeleidende tekst van Dr. A. Schierbeek. 'De rand van Den Haag' is uitgegeven in 1950 bij uitgeverij L.J.C. Boucher in Den Haag.
'Strijd zal er steeds zijn tussen de uitbreidende stad en het omringende land en aan de randen van de stad is die strijd het hevigst. Als de stad eenmaal bezit genomen heeft van de terreinen, als er eenmaal huizenblokken staan, is de strijd uitgestreden.'
De tekeningen van de Nieuwe Haagse School kunstenaar Willem Minderman (1910 – 1985) hebben als onderwerp o.a. de houtzaagmolen van Visbach bij het jaagpad naar Delft, Huis ten Hoorn bij de Hoornbrug te Rijswijk, Kasteel de Binckhorst en de uitbreiding van Den Haag bij de Broeksloot.
De natuurwetenschapper Dr. A. Schierbeek besluit zijn betoog als volgt: 'Zij die nu nog jong zijn zullen de randen van Den Haag zien liggen op andere plaatsen, dan waar deze nu liggen en daarom kunnen de tekeningen van dit boekje er toe meehelpen om de herinnering aan wat nu nog is, wakker te houden.'